GBS De Zaaier

358

Kiezen voor De Zaaier is kiezen voor...

Bijbelgetrouw onderwijs
Het Circuitmodel - Bloeiwijs
Aansluitend onderwijs - Lezen en Schrijven
Zorg en uitdaging
Een veilige school
Samen optrekken

Het Circuitmodel - Bloeiwijs


We hebben een onderwijsmodel ontwikkeld waarin de kinderen in een circuit werken, het zogenaamde Bloeiwijsmodel, waarbinnen zij zelf keuzes voor de volgorde van hun vakken kunnen maken. Dat circuit bestaat uit activiteiten die dagelijks terugkomen.
 
Het werken in deze circuitvorm werkt sociaal vormend, het kind komt in steeds wisselende groepen waarbij de mogelijkheid bestaat om elkaar te helpen of om samen te werken. Vanaf groep 3 werken de kinderen met een dagrooster en vanaf groep 5 met een weekrooster. Door zo te werken leren de kinderen plannen, wat hen later in het voorgezet onderwijs ten goede komt. Ook werken de kleuters al met een ‘weektaak’; de zogeheten Konijnen- en Berentaak; als voorloper op de dag- en week­roosters waarmee ze in de hogere groepen werken.
 
Tijdens het werken met het bloeiwijsmodel wordt de leerstof in kleine instructiegroepen aangeboden. Tijdens die instructietijd zijn de overige leerlingen, alleen of in overleg met elkaar, aan het werk. De instructiegroepen bestaan uit maximaal 9 kinderen en zijn in niveaugroepen ingedeeld. Op die manier hoeven leerlingen zich niet te vervelen, maar ook niet gefrustreerd te raken.
 
In de kleutergroepen wordt er gewerkt met de ‘kleine kring’. Op deze manier zijn de leer­lingen meer betrokken, kan er gewerkt worden op niveau, is er meer interactie en is het voor de leerkracht eenvoudiger alle leerlingen te observeren.
 
Op verschillende momenten in de week kunnen de kinderen zelf voor de kleine kring kiezen of worden ze uitgenodigd door de leerkracht. Er zijn vertelkringen, instructiekringen en intro­ductiekringen.
 
Zelfstandigheid betekent niet dat de kinderen aan hun lot worden overgelaten. We werken in alle groepen met zogenaamde ‘dobbelsteen­kinderen’. Alle kinderen zijn een paar keer per jaar ‘dobbelsteenkind’. Die kinderen helpen andere kinderen met hun ‘gewone’ vragen. Om te voorkomen dat ze worden ‘uitgebuit’ is er de dobbelsteen: na 6 beurten moet er een ander dobbelsteenkind komen. In de kleuterklas heten de hulpjes die naast de juf zitten “dobbelsteenkinderen” Ze dragen een ketting met een afbeelding van een dobbelsteen. Elke dag zijn dit twee andere kleuters.